5 ingevingen waardoor ik toch niet stopte met lopen

Vijf dagen dacht ik het lopen op te geven. ’t Is te zeggen: de dramaqueen in mezelf moest effe overdrijven. Natuurlijk ging ik niet echt stoppen. Ik wilde gewoon een punt maken. Tegen mijn kuiten. (En nee, da’s geen grap.) Gelukkig kwam ik tot 5 geweldige ingevingen.

Hé jij daar,

De loperkes hier gaan het ongetwijfeld herkennen: dat heerlijke moment waarop de kilometers als vanzelf lijken te bollen op training. En jawel, zelfs de intervaltrainingen lukken zoals ze nooit eerder zijn gelukt! Je waant jezelf in een loperig paradijs waarin al je angsten verdwijnen en je stormt vol goeie moed naar de start van dé wedstrijd die jouw topvorm zal bewijzen.

Maar dan ineens, duizend miljard keer sneller dan die laatste heerlijke intervaltraining … BAM, de teleurstelling. Hoe fantastisch alles leek te lukken op training, zo verschrikkelijk wordt het. Zodra het startschot weerklinkt, lijken je benen plots tégen jou te lopen en het vooropgestelde tempo verdwijnt met elke meter vijf meter verder. Alles lijkt voor niks te zijn geweest. De trainingen, het doorzetten in de hitte, op vakantie of vorige winter in de sneeuw en stortregen.

VOOR WELKE ZOT DOET IK HET EIGENLIJK ALS HET TOCH GEEN ZAK UITMAAKT?!

Exact zo heb ik mij vorige zondag gevoeld. En in tegenstelling tot een eerder dipje, werd het de dagen erna niet veel beter. Ik kon er gewoon niet bij. Mijn trainingen op onze vakantie in Lanzarote waren zo vlotjes verlopen dat ik ondanks de vele kilometers geen zwaar gevoel had in mijn benen. En dus hoopte ik bij de eerste 10 km-wedstrijd nog een keertje richting de 5 min/km te kunnen knallen. Helaas.

Na 2-3 kilometer begonnen mijn kuiten zo hard te branden dat ik alleen maar kon vertragen om het gevoel draaglijk te houden. De pijn ging snel weg, maar zodra ik het nog maar durfde om het tempo weer richting de 5’ op te drijven, pruttelde alles tegen. Mochten mijn vlammende kuiten niet voor zoveel afleiding zorgen, kon ik de tijd ongetwijfeld horen wegtikken in mijn kopke. Ik moet bij aankomst zowat de meest onaangename persoon sinds maanden geweest zijn. Serieus, ik kon geen loper meer zien of horen. Alleen maar janken van miserie. Hoe idioot ik mij voelde!

Belachelijk ook, omdat ik aan een tempo was gestart dat ik duidelijk niet aan kon. Precies de eerste de beste beginneling. En beschaamd omdat iedereen mij terug voorbij liep en ik elke poging om bij te blijven na enkele meters moest staken. En dan de teleurstelling omdat ik zo ver weg was van wat ik hoopte te kunnen. Nooit gedacht dat zo’n onnozele wedstrijd zo’n enorme impact kon hebben op mijn gemoed. Het gevoel van falen zat zo diep in mijn lijf dat ik alleen maar kon balen. Ik heb mezelf en mijn lichaam alles verweten en er was maar één logische conclusie: ik stop ermee. Waarom zou ik mezelf dit allemaal aandoen als het toch niks opbrengt?

De extreme hitte speelde ongetwijfeld mee, maar ik heb na deze wedstrijd vijf volle dagen niet gelopen. Geen meter. Ik kon mij zelfs niet opladen om te vertrekken, laat staan mijn zalige outfits aan te trekken. Kwestie van effe te duiden hoe diep het zat: ik kroop liever op een snikhete bus dan dat ik mijn route zou lopen zoals gewoonlijk. ‘k Wil maar zeggen: ‘t zat diep, want mijn gevoel op een snikhete bus is zowat te vergelijken met mijn gevoel op een overvol middenplein van ‘t sportpaleis, en de laatste keer dat ik daar stond, ging ik van mijn sus. Zó diep dus.

Gelukkig begon het na die vijf looploze dagen weer te kriebelen. Zo bruusk als het zondag uit elke vezel van mijn lijf was geslopen, zo krioelde het enkele dagen later door mijn ganse bloedbaan.

En tijdens dat eerste loopje ben ik tot een paar besefkes gekomen die ik toch effe wil delen.

Hoe verschrikkelijk slecht alles ook lijkt te gaan, het is nooit voor niks. En echt, serieus, waar: hou vast aan deze 5 ingevingen:

1. Blijf focussen op de dingen die wél lukken, altijd!

Oké, het tempo leek die zondag misschien nergens op, maar ondanks de pijn in mijn benen liep ik die dag wel nog altijd een pak kilometers verder dan ik tot een jaar ervoor ooit voor mogelijk hield. Toen kon ik deze afstand zelfs niet aan een ‘nog’ trager tempo lopen.

Dus ja, de vooruitgang is er. Misschien niet zo gigantisch als ik hoopte, maar bon, laten we serieus blijven: Koen Naert liep zijn eerste marathon ook niet meteen onder de 2u10.

2. Stop met jezelf te vergelijken met anderen

Ik geef toe dat ik het verschrikkelijk vond dat zoveel andere deelnemers mij voorbij liepen. Zeker omdat ik normaal gezien toch minstens een pogingske waag om op zo’n momenten bij een groepje te blijven aanplakken. Maar zelfs dat lukte niet. Integendeel. Mijn kuiten deden alleen maar pijn en nog meer pijn alsof er 10.000 mieren tegelijk door stroomden nadat ze een nachtje in 500 liter azijn hadden gezwommen.

Maar weet ge? Eigenlijk maakt de rest geen bal uit, lopen doen we voor onszelf, TOCH? En ‘t is zeker waar, sommige mensen moeten minder trainen om sneller te lopen of lijken van alle kwaaltjes en pijntjes gespaard te blijven. Maar kijk, er is geen enkele loper met dezelfde achtergrond, om nog maar over onze basisuithouding of recuperatietijd te zwijgen. Dus stop met jezelf te vergelijken met andere lopers en focus op de enige die er écht toe doet: jezelf. Sowieso word je hier een pak gelukkiger van.

3. Mokken brengt je geen stap verder, ga op zoek naar de oorzaken van het probleem

Tuurlijk mogen we een keertje met ‘t kopke naar beneden doelloos tegen elk steentje op de weg stoempen en misschien zelfs een paar uurtjes klagen over de gigantische teleurstelling die ons is overkomen. Maar blijf niet te lang hangen in dat zelfbeklag en steek je energie liever in de zoektocht naar waar het fout liep.

Was het de vermoeidheid? Een ijzertekort misschien? Of een blokkage in de spiertjes en/of gewrichten? Of misschien wel een combinatie van een paar dingen? Ik ben er nog niet helemaal uit, maar het bloed is getrokken en de eerste afspraak bij de kiné is gepasseerd. Wat nu al hoop geeft voor wat ik eigenlijk altijd heb geweten: het komt goed, sowieso.

4. Keer terug naar waar alles begon: waarom wou je per se beginnen lopen?

Er nu de brui aan geven zou niks oplossen. Ik ben beginnen lopen omdat ik mij als mens beter wilde voelen, zowel fysiek al mentaal. Waarom zou ik alles wat ik heb opgebouwd nu ineens opgeven? Ik zou mij nog duizend keer slechter voelen dan tijdens de mislukte wedstrijd. Dus please, zet die idiote, belachelijke gedachte uit je kopke: het is nooit voor niks geweest.

Weet ge hoeveel mensen hemel en aarde zouden verzetten om te kunnen wat gij doet? Laten we gewoon lekker dankbaar wezen voor alles wat wél lukt en ga verder met wat ge bezig waart: trainen, trainen, trainen.

5. En besef dat teleurstellingen deel uitmaken van het proces

En dat je alleen maar beter kan worden als je je niet laat kennen door een mislukking, maar juist vol goeie moed strijdvaardig terugvecht. De beste prestaties komen niet vanzelf en de weg richting verbetering loopt bij niemand zonder obstakels. Jij bent de enige die in staat is om het verschil te maken, en daarvoor moet je nu effe de tijgerin uithangen.

DAT MOET TOCH LUKKEN HÉ?!

Ik ga mij alvast niet laten kennen.

Dikke zweetknuffels en veel xoxo’tjes,

Inge,
also known as ‘t vrouwke van Stan.
(Jaja, wij zijn getrouwd en zo, hoe cool is dát?!)

XX

7 gedachtes over “5 ingevingen waardoor ik toch niet stopte met lopen

  1. Sandra zegt:

    Tuurlijk ga jij je niet laten kennen, met zo’n positieve ingesteldheid gaat dat wel weer lukken. Binnenkort loop jij zomaar onverwacht de wedstrijd van je leven, madame Stan! Proficiat trouwens! 🙂

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s