Mijn eerste 15 km: hoe is het zover kunnen komen?

Hééé jij daar!

Word je misselijk van de geur van iemand die zichzelf bestoeft (je weet wel, eigen stoef stinkt en zo)? Stop dan na het volgende punt met lezen.

OF NIET.

En vier mee met 15.000 hoerasprongetjes in de lucht (*), want ik heb mijn eerste 15 kilometer gelopen, HOE ZOT IS DAT?!

(*) indien mijn kuiten niet zuurder voelden dan melk uit 1996 deed ik met plezier nog 15.000 vreugdesprongetjes extra.

Oké, voor de geoefende loper stelt mijn ultraprestatie niet veel voor, maar voor mezelf is het toch wel een ferme mijlpaal, aangezien ik vroeger op vlak van duurloopjes amper verder raakte dan 8 km (wat ook écht ver is by the way).

En het beste van al: het deed zeer, maar nu ook niet zoveel zeer dat ik na mijn loopje niet meer uit mijn zetel geraakte om de vriendinnen te ontvangen voor een gezellig ontbijtje. Dan valt het goed mee hé? 👍

Een mens zou zich voor minder afvragen hoe het zover is kunnen komen. Oké, ik heb in mijn leven altijd wel wat gelopen, maar eerlijk gezegd had ik nooit verwacht dat ik op een gezellige winterzondag voor mijn plezier 15 kilometer zou gaan rennen terwijl ik mijn kostbare tijd evengoed kon vullen met het checken van één van de duizend miljard goeie series die ik dringend nog moet gezien hebben.

AWEL.

Laten we de oorzaken (of toch een deel ervan) eens gezellig bundelen in wat puntjes! (sorry, ik ben en blijf een lijstjestrut)

7 superconcrete redenen hoe het zover is kunnen komen:

(Wie niet tegen meligheid kan, ga meteen door naar puntje 2.)

  1. Mijn toplief Stan
Stan = die gele fluostift die hier komt aangelopen.

Niet dat ik ooit woorden genoeg zal vinden om te omschrijven hoeveel beter hij mijn leven heeft gemaakt.

Maar ’t is echt buitengewoon zalig om zo’n heerlijke passie als lopen te delen met elkaar. Mijn karakter is misschien al een ieniemini beetje gesterkt, maar ik moet mezelf niks wijsmaken: zonder zijn zalige aanmoedigingen en schema’s was de kans reuzegroot dat ik deze winter al véél vaker gehaperd had.

Komt daar nog eens bij dat hij gewoon het schoolvoorbeeld is van de gedreven loper. En daar mag ik elke dag vol bewondering naar staren. ❤ Hoeveel schoner kan de wereld worden?

2. “De pijn is niet echt, de pijn is niet echt, de pijn is niet echt”

Ik las onlangs het boek van Saartje Vandendriessche waarin ze het onder andere heeft over zelfspraak of mantra’s. Kort gezegd: jezelf tijdens je trainingen aanmoedigen via korte zelfverzonnen (of geleende) zinnetjes en dan vooral wanneer je de neiging voelt om af te zwakken. In mijn geval focussen die mantra’s vooral op mijn ‘valse pijn’ à la: de pijn is niet echt, de pijn is niet echt. Of ik ben niet moe, ik ben niet moe, mijn benen liegen.

Zolang je het maar vaak genoeg herhaalt, begint je lijf het op den duur te geloven. En zo niet is er nog altijd niks verloren denk ik dan!

3. Regen? Don’t care, don’t mind

Een klein wist-je-datje over mezelf: ik haat regen harder dan wat ook. En toch.

Toch vertrok ik vorig weekend voor mijn loopje terwijl het buiten aan het druppelen was. En het mooiste? Ik had het niet eens door. Alé ja, het is te zeggen, eens ik buiten was wel hé (IK BEN NIET GEVOELLOOS). Maar ik was er mij vooraf totaal niet van bewust.

En dat vind ik voor mezelf een fantastische evolutie. Ik ben tegenwoordig zo lekker gefocust op de trainingen die ik moet afleggen dat de omstandigheden van de dag een veel kleinere rol zijn gaan spelen.

Wat een verschil met vroeger toen ik quasi hoopte op regen zodat ik voor mezelf de ideale uitvlucht had om toe te geven aan mijn tamzakkerij.

Ik wil maar zeggen: het regende en ik liep en het maakte mij geen zak uit. En ik weet zeker dat iedereen op dat punt kan komen, want echt: ik haat regen, ik haat regen zo hard.

4. Zien lopen, doet lopen

Vergelijk het met een foto van een stuk chocoladetaart gedresseerd in het meest clickable instagramdecor: zelfs al heb je totaal geen zin (kan dat?), de goesting zal komen, ik zweer het u.

En zo werkt dat ook met lopen (of sporten tout court). Zo volg ik al maanden massa’s lopers op Instagram, waardoor ik con-ti-nu word geconfronteerd met andere lopers. En ja, sommigen lopen duizend miljard keer beter of vaker of whatever, maar dat geeft mij vooral een boost om door te zetten.

En de ‘eerlijke’ accounts tonen dat het zelfs voor hen niet altijd simpel of evident is om elke training te volbrengen.

En zo wordt mijn motivatierugzakje bij elke welbestede minuut op Instagram netjes gevuld. Zeg nu nog eens dat Instagram niet nuttig is.

5. Cadeautjes voor mezelf: #kannekgoe

Misschien niet de meest aangename methode voor de portemonnee, maar eerlijk, wat is nu het belangrijkste: onze gezondheid of het risico op een financiële crash? (dit is een vraag waarop ik geen antwoord verwacht).

Anyway.

Mezelf belonen met cadeautjes werkt mega productief. En nee, dat hoeven niet altijd grote dingen te zijn (zoals loopsokken of nieuwe schoenen of NIEUWE KLEREN, JAAAAA! <3).

Niet altijd dingen dus.

Gewoon al de gedachte aan een groot stuk zwarte chocola kan mij tijdens een interval zo hard doen kwijlen van goesting dat de beentjes vanzelf volgen (lopen om te vermageren is zo 2018).

6. Prikkel mij, baby!

Zoals ik eerder al zei, train ik tegenwoordig regelmatig op intervallen. Korte, lange, snelle, tragere … afhankelijk van in welke richting ’t klakske van mijn trainer staat denk ik. 😉

De extra prikkels komen in elk geval ferm aan (en dan meestal de dag erna wanneer mijn benen zijn vergeten hoe ze mij op een normale manier uit bed moeten zeulen). Maar kijk, ’t is tof en ook supereffectief en zo. Al denk ik soms dat ik moet leren om mezelf nóg meer pijn te durven doen.

Bij langere reeksen gaat mijn mentaalzwakke kopke namelijk snel over in de spaarzame modus uit schrik het einde niet te halen. Maar ik werk eraan.

En intussen kan ik toch al 15 kilometer lopen. VIJFTIEN KILOMETER.

7. Het moet niet, het mag

Misschien wel de grootste evolutie van allemaal: lopen is geen verplichting. Ik doe het omdat ik het graag doe en omdat ik mijn doelen wil halen. En hoe verder mijn schema’s vorderen, hoe aangenamer alles voelt.

Gigacliché, ik weet het, maar de moeilijkste stap blijft de allereerste. Eens je bezig bent, raak je in een soort van routine die je liever zo weinig mogelijk doorprikt. Waarmee ik zeker niet wil zeggen dat het plots vanzelf gaat of elke training een golf van ultiem genot veroorzaakt, maar de hoogdrempeligheid gaat er wel wat af. Of toch in mijn geval: de schema’s zijn er, ik hoef ze enkel uit te voeren.

En zo simpel kan het leven zijn.

Heb jij ook al zo’n mijlpaal beleefd qua afstand of tijd? Laat het mij zeker weten in de reacties!

Plakkerige zweetknuffels en veel xoxo’tjes,

Inge. X

10 gedachtes over “Mijn eerste 15 km: hoe is het zover kunnen komen?

  1. Tinne zegt:

    Zalig! En weer super tof om dit artikel te lezen en zooo vlot dat het leest jong!
    Hier een mijlpaal onverwacht ( en mss wat onverantwoord) mijn marathon in Kasterlee! Dat was een mijlpaal qua afstand! Maar even goed al die keren ervoor dat je telkens verder en verder kan 😊 top bezig daar!!

    Groetjes en blijven door doen he 👊👊

    Liked by 1 persoon

    • ennognekilometer zegt:

      Oooh dankje!! XXX Die onverwachte marathon van jou was inderdaad wel wat gek, maar gelukkig heb je er niks aan overgehouden! 😉 En zo weet je alvast dat je de afstand aan kan 😀

      Merciii voor de mentale support liefste Tinne! X We blijven gááán! X

      Like

    • ennognekilometer zegt:

      Haha! Dat is wel ja! 😎😎 Maar als het slecht gaat ook natuurlijk… Want zoals ik zei, niet elke loopje kan pure zaligheid zijn 🙈 Ja, wie weet 16! 🤞🤞 Als ik mijn beentjes nu voel zou ik zeggen no waaaay!😂😂 X

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s